Het protestants-evangelisch godsdienstonderwijs wil onderstaande algemene doelen bij het eind van de schoolopleiding bereiken, rekening houdend met het niveau en de onderwijsvorm van elke leerling. Deze doelstellingen resulteren in:
  • einddoelen voor het Lager Onderwijs (zie verderop)
  • einddoelen voor het Secundair Onderwijs (zie verderop)
Algemene doelen:
  • De leerlingen verwerven een grondige bijbelkennis en zijn in staat de grote lijnen en de unieke betekenis van de bijbelse boodschap voor het geloof te verwoorden.
  • De leerlingen ontwikkelen openheid, eerbied en liefde voor God.
  • De leerlingen weten dat de Bijbel aanzet tot het maken van een doordachte geloofskeuze ten aanzien van haar boodschap en het getuigenis over God en Jezus Christus
  • De leerlingen zijn in staat de historische, ethische, sociale en culturele betekenis van de Bijbel voor hun persoonlijk leven, voor gezin en familie, voor kerk of gemeente en voor de maatschappij te herkennen en te beschrijven.
  • De leerlingen ontwikkelen een besef dat het geloof zich uit en beleefd wordt in woord, beeld, gebaar en zang.
  • De leerlingen kunnen bijbelse normen en waarden verwoorden en zijn in staat belangrijke levensvragen vanuit de Bijbel te belichten.
  • De leerlingen ontwikkelen in hun groei naar volwassenheid een verantwoord gedragspatroon in hun persoonlijk en sociaal leven, gefundeerd op bijbelse waarden en normen.
  • De leerlingen leren liefde en respect op te brengen voor de naaste ongeacht zijn ras, geslacht, overtuiging of etnische afkomst.
  • De leerlingen zijn in staat de joodse wortels van het christendom te verwoorden. De leerlingen kunnen de grote lijnen van de geschiedenis van het christendom weergeven.
  • De leerlingen kunnen grote christelijke stromingen en protestants-evangelische denominaties beschrijven en hun eigen levensbeschouwing daarin plaatsen.
  • De leerlingen kunnen belangrijke niet-christelijke religies en filosofische stromingen in grote lijnen weergeven.

Het protestants-evangelisch godsdienstonderwijs wil onderstaande doelstellingen bereiken bij het eind van het lager onderwijs.

1. De leerlingen verkrijgen een goede bijbelkennis, die per graad wordt bepaald en waarbij rekening wordt gehouden met de psychologische en religieuze ontwikkeling van de leerlingen.
 1.1. De leerlingen verwerven kennis van en inzicht in bijbelse verhalen of andere bijbelgedeelten, samen met hun betekenis voor het leven vroeger, nu en in de toekomst.
 1.2. De leerlingen verwerven kennis van en zijn vertrouwd met bijbelse thema's, begrippen, structuren en beelden van God.
 1.3. De leerlingen kennen de leefwereld in bijbelse tijden, die nodig is voor het begrijpen van de verhalen.
 1.4. De leerlingen kennen de betekenis van christelijke feesten en zien er de waarde van in.

2 De leerlingen ontwikkelen eerbied en liefde voor de God van de Bijbel, de Vader van de Heer Jezus, de Christus.

3 De leerlingen leren het belang van de bijbelse waarden voor henzelf, de medemens en de wereld te ontdekken en eigen te maken.

4 De leerlingen ontwikkelen respect voor de Bijbel, als woord van God, en leren de Bijbel waarderen als inspiratiebron en maatstaf voor hun leven.

5 De leerlingen verwerven voldoende bouwstenen om een dynamisch-affectieve band met de bijbelse boodschap te ontwikkelen.

6 De leerlingen ontdekken de continuïteit van het geloof vanuit de tijd van profeten en apostelen tot in deze tijd. Zij ontdekken dat, telkens opnieuw, ook in onze tijd, personen en groepen hun geloof vanuit de Bijbel proberen waar te maken in het concrete leven, in gebeden en liederen, of ook in sociale initiatieven.

7 De leerlingen kunnen het specifieke van het protestantisme herkennen en verwoorden.

8 De leerlingen ontwikkelen respect voor andere levensbeschouwingen en leren hierbij het unieke van het christelijke geloof onderscheiden en de eigen christelijke identiteit hooghouden.

Het protestants-evangelisch godsdienstonderwijs wil onderstaande doelstellingen bereiken bij het eind van het secundair onderwijs, rekening houdend met het niveau en deonderwijsvorm van elke leerling.

1 De leerlingen verdiepen hun inzicht in het wezen, de boodschap en de achtergronden van de Bijbel.
1.1 De leerlingen ontwikkelen openheid, eerbied en liefde voor de Bijbel als Gods woord.
1.2 De leerlingen verwerven inzicht in opvattingen over inspiratie en ontstaansgeschiedenis van de Bijbel.
1.3 De leerlingen verwerven kennis van samenstelling en structuur van de Bijbel.
1.4 De leerlingen verwerven inzicht in onderlinge verbanden in de Bijbel.
1.5 De leerlingen verbreden hun kennis van de historische en aardrijkskundige achtergronden van de Bijbel.

2 De leerlingen verdiepen hun inzicht in de betekenis die het geloof in God en Jezus Christus in hun leven kan hebben.
2.1 De leerlingen verwerven inzicht in de belangrijkste christelijke geloofspunten en hoe deze vanuit de Bijbel gefundeerd worden.
2.2 De leerlingen verwerven inzicht in algemene levensvragen en de antwoorden die hierop vanuit de Bijbel gegeven kunnen worden en zij ervaren de relevantie ervan voor hun eigen leven.
2.3 De leerlingen verwerven inzicht in ethische vraagstukken en de wijze waarop ethische principes aan de Bijbel kunnen worden ontleend.
2.4 De leerlingen leren hoe zij, uitgaande van de Bijbel, hun eigen ethische maatstaven kunnen ontwikkelen en toepassen en tonen zich gemotiveerd om dat te doen.
2.5 De leerlingen ontwikkelen en aanvaarden in hun groei naar volwassenheid hun eigen identiteit mede ten aanzien van relaties en seksualiteit.
 
3 De leerlingen verwerven inzicht in het ontstaan van het Christendom en de verschillende christelijke kerken.
3.1 De leerlingen verwerven inzicht in het ontstaan van het christendom vanuit het jodendom.
3.2 De leerlingen kennen de grote lijnen van de kerkgeschiedenis en vormen in het licht daarvan een kritische visie op hedendaagse ontwikkelingen.
3.3 De leerlingen kennen de hoofdlijnen van de geschiedenis van de Reformatie,  in het bijzonder van de zuidelijke Nederlanden.
3.4 De leerlingen hebben inzicht in het protestantisme in België en kunnen zich situeren in de pluriformiteit ervan.

4 De leerlingen ontwikkelen vanuit een bijbelse levensvisie een open houding ten aanzien van de samenleving.
4.1 De leerlingen verwerven inzicht in andere godsdiensten en levensbeschouwingen en leren hierover kritisch na te denken in het licht van de Bijbel.
4.2 De leerlingen verwerven inzicht in de levensbeschouwelijke en ethische aspecten van belangrijke terreinen van het hedendaagse leven zoals wetenschap, cultuur en sport.
4.3 De leerlingen verdiepen zich in vragen met betrekking tot de verhouding van geloof en politiek en ontwikkelen een verantwoordelijke houding ten aanzien van maatschappelijke en economische problemen.
4.4 De leerlingen ontwikkelen een respectvolle houding tegenover anderen ongeacht ras, geslacht of overtuiging en verwerven inzicht in de samenhang tussen godsdienstvrijheid en verdraagzaamheid.
4.5 De leerlingen bezinnen zich op de opdracht van Christus om zijn getuige te zijn in deze wereld.